Cash for car (mobiliteitsvergoeding)


Er zijn te veel bedrijfswagens op onze Belgische wegen. Daarom lanceerde de overheid het principe Cash for Car, dat tot hiertoe maar weinig succes had. Maar wat betekent zo’n mobiliteitsvergoeding precies?

Wat is Cash for Car?

Het principe is simpel: je levert je bedrijfswagen in en je krijgt in plaats daarvan een maandelijkse mobiliteitsvergoeding. Die wordt op dezelfde manier belast. De extra som op je bankrekening kan je dan in de praktijk uitgeven aan wat je maar wil. Het hoeft dus niet per se naar een treinabonnement of plooibare fiets te gaan. Bekijk het eerder als een stijging van je nettoloon.

Klinkt interessant. Maar de Vlaming blijkt in de praktijk meer fan te zijn van de bedrijfswagen. Tijdens het eerste jaar van Cash for Car kozen werknemers namelijk amper voor deze mobiliteitsvergoeding. Daarom zijn de regels sinds 1 maart 2019 wat soepeler geworden. Tegelijkertijd werd het zogenaamde mobiliteitsbudget gelanceerd, als tweede mogelijkheid.

Wie kan het aanvragen?

mobiliteitsvergoeding

Belangrijk om weten is dat je werkgever niet verplicht is om Cash for Car aan te bieden, in plaats van de bedrijfswagen. Hij kan er bovendien perfect enkele extra voorwaarden aan koppelen. Of kiezen om de mobiliteitsvergoeding maar aan een gedeelte van de werknemers te geven. Bij heel wat bedrijven is Cash for Car bijvoorbeeld enkel een optie bij het einde van een bestaand leasingcontract. Of kunnen alle werknemers meestappen in het verhaal, behalve de sales-mensen die de bedrijfswagen ook tijdens de werkuren nodig hebben.

Daarnaast mogen niet alle werkgevers zomaar de mobiliteitsvergoeding voorzien. Het bedrijf moet namelijk al drie jaar lang bedrijfswagens aanbieden. Bij ondernemingen die nog geen drie jaar bestaan, is dat 12 maanden.

Omgekeerd ben ook jij als werknemer niet verplicht om voor Cash for Car te kiezen. Je kan dus altijd voor de bedrijfswagen gaan. Bovendien krijgt niet elke werknemer de mogelijkheid om de mobiliteitsvergoeding aan te vragen. Cash for Car is namelijk alleen een optie als je in de afgelopen drie jaar al minstens 12 maanden lang een bedrijfswagen had, waarvan de laatste drie maanden non-stop.

Verander je van job? Dan kan je wel gewoon voor de mobiliteitsvergoeding kiezen, zonder wachttijd. Belangrijk: iedere werkgever beslist zelf of hij je de mogelijkheid aanbiedt. Kon je bij je vorige baas al kiezen voor Cash for Car? Dan neem je dat recht dus niet automatisch mee.

Hoeveel krijg je?

Dat hangt voornamelijk af van de cataloguswaarde van je bedrijfswagen (of het type auto waarvoor je in aanmerking komt). Dit is de aankoopprijs voor particulieren, inclusief de betaalde btw en zonder eventuele kortingen.

Je mobiliteitsvergoeding stijgt bovendien wanneer je een tankkaart had. Omgekeerd daalt ze, als je elke maand een eigen werknemersbijdrage moest neertellen. De som van je Cash for Car wordt nadien elk jaar geïndexeerd, door het gebruik van een coëfficiënt die voor iedereen dezelfde is. Voor mensen die in 2018 al een mobiliteitsvergoeding kregen, wordt dat bedrag in 2019 vermenigvuldigd met 1,0188. Met andere woorden: een stijging van 1,88%.

Maar hoe bereken je precies je bruto mobiliteitsvergoeding per jaar? Wel, om te beginnen neem je 20% van 6/7e van de cataloguswaarde van je bedrijfswagen. Als je een tankkaart had, mag je 24% rekenen. Van dit resultaat trek je nadien de volledige werknemersbijdrage af.

Een voorbeeld. Je rijdt momenteel met een bedrijfswagen, die nieuw 30.000 euro heeft gekost. Om ook privé de auto te mogen gebruiken, betaal je elke maand 200 euro aan werknemersbijdrage. En je hebt een tankkaart. Je bruto mobiliteitsvergoeding per jaar is dan 3.771,43 euro (=24% van 6/7e van 30.000 euro, min 12 x 200 euro).

Maar dat is het brutobedrag. Je zal natuurlijk een lagere som op je bankrekening zien verschijnen. Hoeveel belastingen je precies moet betalen, hangt van je eigen situatie af. Het belastbaar bedrag is daarbij 4% van 6/7e van de cataloguswaarde van je bedrijfswagen. Los van de uitkomst moet je wel altijd minstens 1.340 euro aan belastingen betalen (voor het inkomstenjaar 2019).

Gaan we nu terug naar het voorbeeld van daarnet. Het normale, belastbare bedrag is voor deze situatie 1.028,57 euro (=4% van 6/7e van 30.000 euro). Maar deze wordt verhoogd naar de minimale som van 1.340 euro. Hierop worden dan je belastingen berekend.

In de praktijk kan je ervan uitgaan dat je per maand tussen de 300 en 700 euro netto extra zal krijgen. En heb je door promotie nadien recht op een groter budget voor je bedrijfswagen? Dan stijgt ook je mobiliteitsvergoeding, moest je daar al voor gekozen hebben.

Wil je voor Cash for Car gaan? Hou dan wel rekening met één belangrijk punt. Vanaf de switch moet je volledig zelf opdraaien voor de kosten van je woon-werkverkeer. Je werkgever is dus niet verplicht om bovenop de Cash for Car een treinvergoeding of tussenkomst voor je fiets te betalen. Doet je baas dit toch? Dan wordt het als extra loon beschouwd, met de bijhorende belastingen erop. Enkel wanneer je (naast de bedrijfswagen) al minstens drie maanden lang een zogenaamde van belastingen vrijgestelde werkgeverstussenkomst had voor openbaar vervoer of de fiets, mag je deze gewoon houden.

Hoe vraag je Cash for Car aan?

Om te beginnen dien je zelf een schriftelijke aanvraag voor de mobiliteitsvergoeding in, bij je werkgever. Je baas neemt vervolgens een beslissing en laat je schriftelijk weten of je in aanmerking komt voor Cash for Car. Is het antwoord positief? Dan is dit automatisch een deel van de arbeidsovereenkomst. Op de afgesproken datum lever jij je bedrijfswagen in. Alle voordelen die aan de auto verbonden zijn worden ook op de eerste dag van de start van de mobiliteitsvergoeding stopgezet.

Voor wie is het interessant?

Cash for Car is vooral interessant als je je bedrijfswagen amper gebruikt. Je woont bijvoorbeeld vlakbij je werk en hebt ook in je vrije tijd de auto niet nodig. Een andere situatie waarbij een mobiliteitsvergoeding zeker het overwegen waard is: zowel jij als je partner kregen een bedrijfswagen, maar eigenlijk hebben jullie samen genoeg aan één auto.

Moet je daarentegen elke dag flink wat kilometers overbruggen om bij je werkgever te geraken? Dan is Cash for Car minder interessant. De mobiliteitsvergoeding zal namelijk meestal niet voldoende zijn, om er bijvoorbeeld zelf een treinabonnement mee te betalen. Ook wanneer je veel met je bedrijfswagen rijdt, blijf je wellicht beter bij je huidige situatie.

Een andere vraag is natuurlijk: kan je voor Cash for Car gaan en met die som exact dezelfde auto kopen? Wel, ook dan zal je meestal duurder uitkomen. Want je draait zelf op voor alle extra kosten: van verkeersbelasting en autoverzekering, tot pechverhelping en de brandstof. Die totale rekening is bijna altijd in jouw nadeel, ten opzichte van een bedrijfswagen waarvoor je een maandelijkse werknemersbijdrage betaalt. De enige haalbare kaart is om voor een kleiner model te gaan.

Wat met het mobiliteitsbudget?

Bij Cash for Car is het een alles-of-nietsverhaal: je houdt je bedrijfswagen of je vervangt deze door een mobiliteitsvergoeding. Voor vele Vlamingen blijkt dit een te drastische keuze.

Daarom is er sinds kort ook een mobiliteitsbudget. Met dit broertje van de mobiliteitsvergoeding krijg je een geldsom van je werkgever, die je zelf verdeelt tussen verschillende vervoersmiddelen. Je kan dus nog altijd kiezen voor een (kleinere) bedrijfswagen, maar daarnaast ook een stukje stoppen in bijvoorbeeld een fiets of openbaar vervoer. De focus ligt daarbij steeds op duurzaamheid.

Concreet zijn er drie luiken, waarmee je met je mobiliteitsbudget zelf een samenstelling kan maken:

Een bedrijfswagen. Er is wel één belangrijk aandachtspunt: deze moet even milieuvriendelijk zijn dan de vorige auto. Bovendien wordt voor het bedrag uit je mobiliteitsbudget niet alleen naar de cataloguswaarde van het voertuig gekeken, maar ook naar zaken zoals de verzekering, verkeersbelasting en brandstofkosten.
Duurzame vervoermiddelen, zoals een treinabonnement, elektrische fiets of carpooldienst. Een uitbetaling op de bankrekening, telkens aan het einde van het kalenderjaar. Hou er wel rekening mee dat je hier een zware socialezekerheidsbijdrage van 38,07% op betaalt.

Dankzij het mobiliteitsbudget kan je in de praktijk nog beter combineren. Stel nu dat je op het platteland woont. Dan kies je voor een kleinere bedrijfswagen, om bij het dichtstbijzijnde station te geraken. Daar neem je vervolgens de trein. De laatste vijf kilometer overbrug je ten slotte met je plooifiets.

In dit artikel