De bandenspanning van je auto: van controleren tot de juiste druk


Zowel een te hoge als te lage bandenspanning heeft een hoop negatieve gevolgen. Om te beginnen speel je zo met je veiligheid door een slechtere wegligging en langere remweg. Bovendien loop je het risico op aquaplaning of een klapband tijdens het rijden, als de bandendruk van je auto niet juist is. Maar ook in je portemonnee voel je het. Een te lage bandenspanning doet je wagen namelijk meer brandstof verbruiken. En je zal je banden ook sneller moeten vervangen.

Precies daarom leggen we je hieronder het nodige in detail uit. Van de juiste bandenspanning voor jouw auto tot hoe je alles controleert. En wanneer je banden aan vervanging toe zijn.

Wat is de juiste bandenspanning?

Welke bandenspanning jouw auto nodig heeft staat aangegeven op een speciale sticker. Deze vind je meestal in het portier aan de bestuurderszijde of aan de binnenkant van de tankklep. Ook in de handleiding van je wagen staat deze informatie. Normaal gezien ligt de bandendruk tussen de 2,0 en 4,0 bar. Dit verschilt echter voor elk merk en model. Maar ook de bandenmaat en aantal passagiers of stukken bagage speelt een rol.

De juiste bandendruk kan hierbij verschillend zijn voor de voorste en achterste wielen. Belangrijk is wel dat de bandenspanning per as dezelfde is. Zorg er dus bijvoorbeeld voor dat er geen verschil is tussen links vooraan en rechts vooraan. En tijdens de koude maanden is het bovendien een goed idee om 0,2 bar extra te rekenen bij de normale bandenspanning. Zeker wanneer je met winterbanden rijdt.

Bij bandenpompen aan tankstations vind je soms uitgebreide bandenspanningstabellen terug, waarop de voorgestelde bandendruk voor de belangrijkste merken en modellen aangegeven staat. Kijk in de eerste plaats naar wat de fabrikant zelf zegt. De sticker in jouw wagen is belangrijker dan een algemene bandenspanningstabel.

Hoe controleer ik de bandenspanning?

De makkelijkste manier is om even te stoppen bij een tankstation. Hier vind je namelijk bijna altijd een bandenpomp, waarmee je kan controleren of je geen te lage of te hoge bandenspanning hebt. Daarnaast kan je ook een speciale bandenspanningsmeter kopen.

Het beste is om de bandendruk minstens één keer per maand te controleren. Elke veertien dagen is zelfs nog beter. Doe dit ook zeker voor elke lange rit, bijvoorbeeld voor je op vakantie vertrekt. Zorg hierbij altijd voor koude banden: wanneer je minstens een uur niet gereden hebt of maximaal vijf kilometer aan lagere snelheid hebt afgelegd. Autorijden zorgt namelijk voor een hogere bandenspanning.

Concreet ga je bij een bandenpomp aan een tankstation als volgt te werk:

  1. Stel de bandenpomp in op de gewenste bandenspanning,
  2. draai het ventieldopje van de eerste band en sluit de bandenpomp aan,
  3. wacht tot de bandenpomp piept: dit is het teken dat de band de juiste spanning heeft,
  4. draai het ventieldopje terug op de band,
  5. herhaal dit bij de andere banden.

Vergeet ook niet om regelmatig bij de reserveband de bandenspanning te controleren. En check op dat moment ook even de profieldiepte en algemene staat van de wielen, inclusief de ventieldopjes.

Hoe meet ik de profieldiepte van mijn band?

De eenvoudigste manier is om de slijtindicator te controleren. Dit is een rubberen blokje dat geplaatst is in het profiel van de band. Deze kleine horizontale staafjes zijn gelijkmatig verdeeld over de omtrek van de band. Is de band tot op het niveau van de slijtindicatoren afgesleten? Dan is de wettelijke minimale profieldiepte van 1,6 mm bereikt. Op dat moment moet je de band vervangen. Maar eigenlijk doe je dit best al van zodra de profieldiepte minder dan 2,5 mm is. De remafstand van je auto wordt op dat moment namelijk al heel wat korter.

Winterbanden zijn zelfs al aan vervanging toe bij een profieldiepte van 4 mm. Deze hebben namelijk meer en diepere groeven die ervoor zorgen dat je auto een betere grip op de weg en kortere remafstand heeft, maar ook beter meedraait in bochten. Zeker bij regen, ijs of sneeuw.

profieldieptemeter

Daarnaast kan je de profieldiepte van je banden ook controleren met een profieldieptemeter. Een iets minder nauwkeurige manier is het gebruik van een euromuntstuk. Als de op de rand gegraveerde sterren zichtbaar zijn moet de band vervangen worden. Voor winterbanden gebruik je een muntstuk van 2 euro. Als de zilverkleurige buitenrand buiten de groef uitsteekt is de band versleten.

In dit artikel