Slim rijden

Auto winterklaar maken

Check de status van je banden

Bandendruk

De buitentemperatuur heeft een grote invloed op de bandenspanning: de druk is in de winter dan ook lager dan in de zomer. Bij een lagere druk van de banden is er een groter draagvlak tussen de banden en het asfalt, hierdoor heb je meer grip. Naast een invloed op de veiligheid, heeft de juiste bandendruk op het brandstofverbruik en de levensduur van de banden.

Wat is de juiste druk?

Het is aangeraden om de druk tijdens de wintermaanden met 0,2 bar te verhogen. Normaal gezien ligt de bandendruk tussen de 2,0 en 4,0 bar, maar dit is afhankelijk van het type auto en de bandenmaat. Je vindt de specifieke bandendruk in de handleiding van je wagen, aan de binnenkant van de tankklep of op een sticker in het portier.

Hoe kan ik de druk controleren?

Je kan de bandendruk controleren met een bandenpomp die je vindt in bijna elk tankstation. Je controleert de banden best als ze koud zijn: wanneer je niet of maximaal 5 km hebt gereden.

  1. Stel de band in op de gewenste spanning
  2. Draai het ventieldopje van de band los en sluit de bandenpomp erop aan
  3. Wacht tot de band op de juiste spanning is (de pomp zal piepen)
  4. Draai het ventieldopje terug op de band

Slijtage

De mate van slijtage van de band heeft een invloed op de remprestaties van de wagen en op het afvoeren van water op de weg. De groeven in een band zorgen er namelijk voor dat het water tussen de band en de weg wordt afgevoerd, waardoor de grip optimaal blijft.

Wanneer zijn mijn banden aan vervanging toe?

Bij versleten banden zijn de profielen niet diep genoeg en wordt de remafstand langer. Bij nieuwe banden is de profieldiepte ongeveer 8 à 9 mm. Volgens de wet mag je blijven rijden tot een profieldiepte van 1,6 mm. Toch is het aangeraden om gewone banden al te vervangen als de profieldiepte naar de 2,5 mm gaat.

Winterbanden zijn al aan vervanging toe als de profieldiepte 4 mm bedraagt. De banden hebben meer en diepere groeven die ervoor zorgen dat je auto een betere grip heeft op het wegdek, beter meedraait in bochten en een kortere remafstand heeft, zeker bij regen, ijs of sneeuw. Winterbanden worden aangeraden als de temperatuur onder de 7°C daalt. Het rubber van winterbanden is ook zachter en blijft daardoor bij lage temperaturen soepel, waardoor je beter kan remmen.

Hoe kan ik de profieldiepte meten?

Je kan de profieldiepte makkelijk zelf controleren met de slijtindicator. De slijtindicator is een rubberen blokje dat geplaatst is in het profiel van de band. Deze kleine horizontale staafjes zijn gelijkmatig verdeeld over de omtrek van de band. Zodra de band tot op het niveau van de slijtindicatoren is afgesleten, is de minimale profieldiepte (1,6 mm) bereikt en dient de band te worden vervangen.

Je kan de diepte van de groeven ook controleren met behulp van een klein meetinstrument: de profieldieptemeter. Een andere – minder nauwkeurige – manier om de profieldiepte te meten, is het gebruik van een euromuntstuk. Als de op de rand gegraveerde sterren zichtbaar zijn, moet de band vervangen worden. Voor een winterband, moet er een muntstuk van 2 euro gebruikt worden: als de zilverkleurige buitenrand buiten de groef uitsteekt, is de band versleten.

Check het niveau van vloeistoffen en olie

Koelvloeistof

Koelvloeistof voorkomt dat de motor bevriest of oververhit geraakt. Het voert overtollige warmte af die anders de motor zou kunnen beschadigen. Koelvloeistof kookt pas op 135 °C. Daarnaast zit er in koelvloeistof antivries dat ervoor zorgt dat de vloeistof zelf pas bevriest bij zo’n -35 °C, het voorkomt dus ook ijsvorming. Goed om weten: een probleem met de koelvloeistof geeft op het dashboard een icoontje met thermometer.

Hoe kan ik de koelvloeistof controleren?

  1. Zorg dat er niet pas met je wagen is gereden.
  2. Doe de motorkap open en kijk naar het doorzichtige reservoir
  3. Kijk of de vloeistof zich tussen de minimum- en maximum markeringen bevindt en vul bij indien nodig

Ruitenwisservloeistof

Met ruitenwisservloeistof kan je het vuil van je ruiten wegvegen. Omdat er in de winter meer neerslag valt, is het dan ook essentieel deze vloeistof op tijd bij te vullen. Een tekort aan ruitenwisservloeistof wordt op het dashboard aangeduid met een icoon van een sproeier.

Hoe kan ik de ruitenwisservloeistof controleren?

  1. Doe de motorkap open en ga op zoek naar een wit reservoir. Op de dop staat het icoontje van een sproeier.
  2. Kijk naar het peil van de vloeistof. Je kan het bijvullen met sproeimiddel en eventueel aanlengen met water.

Motorolie

Tot slot is er nog de motorolie, dit is in de eerste plaats een smeermiddel voor wrijvende onderdelen. Olie voert vuil af naar de oliefilter en voorkomt roest in de motorblok. Bij starten in de koude en zware belasting van de motor, zal olie zijn dienst bewijzen.

Hoe kan ik de olie controleren?

  1. Haal de oliepeilstok uit het reservoir en veeg de olie af met een doek
  2. Steek hem terug in het reservoir en verwijder hem opnieuw. De minimum -en maximum markeringen staan op het einde van de stok.
  3. Moet de olie aangevuld worden, voeg dan stapsgewijs wat olie toe terwijl je telkens het peil met de peilstok controleert.

Check de status van je batterij

De batterij is het hart van je wagen en tijdens de wintermaanden misschien wel het meest cruciale onderdeel. Onder het vriespunt levert een accu nog maar 2/3de van zijn capaciteit. Is er een probleem met je batterij, dan verschijnt een batterij-icoon (+/-) op het dashboard. Uiteraard willen we dit vermijden, en is het beter om preventief je batterij te laten checken:

Hoe kan ik de batterijspanning laten controleren?

Laat bij het jaarlijks onderhoud voor het begin van de winter je startbatterij en het elektrisch circuit extra nakijken. Heeft de batterij te veel aan power verloren, laat hem tijdig vervangen. Tip: wie een batterij laat vervangen, vervangt deze best door de originele batterij van het automerk. Deze kost iets meer, maar gaat doorgaans een stuk langer mee.

Hoe kan ik mijn batterij sparen?

  1. Zet je wagen bij voorkeur binnen of op een beschutte plek
  2. Moet je wagen toch buiten staan, zet hem dan uit de wind
  3. Schakel bij het starten alle stroomverbruikers uit
  4. Duw de ontkoppelingspedaal in zonder gas te geven
  5. Doe korte startpogingen in plaats van één lange
  6. Laat je wagen nooit ‘warmdraaien’, het laadt je batterij niet op
  7. Doe enkele lange ritten om je batterij te herladen

Check de ruitenwisserbladen

Ruitenwissers worden in de winter veel gebruikt. Ze verwijderen regen, sneeuw, ijs en vuil van de voorruit, het is dan ook belangrijk dat deze in goede staat zijn. Tip: maak je ruitenwisserbladen apart schoon, voor een beter onderhoud.

Hoe kan ik ruitenwisserbladen controleren?

Bij een stevige regenbui zie je of de ruitenwissers hun werk doen of niet. Zo zijn je ruitenwissers aan vervanging toe als ze piepen: het rubber van de wissers is dan uitgedroogd. Je kan de wagen controleren op volgende aandachtspunten…

als de auto stilstaat:

  • Zijn de wissers vervormd?
  • Komt het rubber van de wissers los?
  • Zijn de rubbers hard en dus niet meer flexibel?

als de auto rijdt:

  • Maken de wissers een rammelend of piepend geluid?
  • Blijven er vegen achter op de voorruit?
  • Zijn er plekken die helemaal niet meer schoongeveegd worden?

Check of je lichten goed werken

Uiteraard zijn de lichten zeer belangrijk tijdens de donkere wintermaanden. Werken alle lichten naar behoren? Check je dimlichten, je grootlichten (pharen), je mistlichten en je standlichten.

Dimlichten

De dimlichten gebruiken we het vaakst. Ze verblinden geen tegenliggers en reiken tot 30 meter ver. Bij het aanzetten van de dimlichten, gaan zowel de koplampen, de achterlichten als de kentekenplaatverlichting aan.

Grootlichten

De grootlichten – beter bekend als pharen – verlichten de weg tot maar liefst 100 meter. Als het buiten echt pikkedonker is en je geen steek ziet, zet je je grootlichten aan. Opgelet: deze lichten kunnen tegenliggers verblinden.

Mistlichten

Als het zicht minder is dan 50 meter bij veel mist, regen of sneeuw, dan zet je de mistlichten aan. Het icoontje van de mistlichten is herkenbaar aan de streepjes waar een golvende streep door gaat.

Standlichten

Standlichten of stadslichten gebruik je om je zichtbaar te maken tijdens het parkeren op de rijbaan. Zowel de achterlichten, de kentekenplaatverlichting en twee kleine lampjes vooraan springen aan.

Voorzie een ontdooi kit

Er bestaat zoiets als een ‘winterse kit’ voor de auto, met allemaal hulpmiddelen tegen de vrieskou. Zo kan je er perfect zelf een preparen met strooizout, ruitenontdooier, startvloeistof, slotontdooier en een ruitenkrabber.

In dit artikel