Limburgse fietst elke dag 86 km naar het werk


Amateurtriatlete Kaat Arits heeft een mountainbike, een koersfiets en een speed pedelec. Eén van de drie wordt dagelijks van stal gehaald. Al krijgt de speed pedelec op dit moment het meeste aandacht. ‘Ik overbrug 86 km/dag op twee en een half uur tijd. Het enige nadeel: het is f*cking koud.’

Langs de oevers van de Zuid-Willemsvaart scheurt om de 5 minuten een speed pedelec voorbij. Ook Kaat Arits wil niet meer terug: in september vorig jaar telde ze de som neer van € 4.000 en werd ze trotse eigenaar van een elektrische Batavus. Hiermee rijdt ze elke dag van Voorshoven naar Munsterbilzen en terug. Goed voor 86 kilometer.

Twee en een half uur

Ik ben heel sportief en ga normaal altijd met de koersfiets naar het werk. Dat kost mij 1u40 heen en 1u40 terug. In de zomer is dat aangenaam, en kan het tellen als een uitstekende training. Ik moet sowieso kilometers in de benen hebben voor de triatlon, dan kan ik evengoed naar mijn werk fietsen. Maar de winter, dat is een ander verhaal. Het is dan zo vroeg donker, ik heb minder energie en dus geen zin om lang onderweg te zijn. Een speed pedelec was de ideale oplossing, nu doe ik er maar 1u15 over.

Van een rit met de speed pedelec zal Kaat het ongetwijfeld minder snel warm krijgen. Maar op de vraag of dit haar conditie naar beneden haalt, geeft ze rap antwoord:

Mijn e-bike gaat maximaal 38 km/uur en daar moet ik behoorlijk voor trappen. Geloof mij, als ik op het werk aankom, heb ik het warm. Maar langs het kanaal word ik ook vaak voorbijgestoken door gasten die moeiteloos 45-50 km/u rijden. Die zullen daar ook een serieus bedrag voor hebben neergelegd, dan ga je al naar de 8.000 euro.’

En toch klinkt twee en een half uur absurd, zeker als je weet dat de gemiddelde Vlaming dagelijks 50 minuten onderweg is. Bij Kaat is dat maal drie. En toch noemt ze – naast de sportieve argumenten – nog enkele redenen om haar wagen te laten staan. Zo vroegen we of ze een fietsvergoeding kreeg:

Ja, ik krijg gelukkig wel een fietsvergoeding van € 0,24 per kilometer. Anders deed ik het niet, of toch niet élke dag. Dat er elke maand een extra bij mijn nettoloon zit, is echt wel een motivatie. Daarnaast bespaart het mij ook gewoon een hoop benzine, ik gok een € 200 per maand. Mijn auto gebruik ik nog amper.’

De kleren maken de rit

Ook voor Kaat is het belangrijk om goed zichtbaar te blijven op donkere dagen. ‘Als de temperaturen onder de 5°C zakken, zie ik eruit als een fluffy fluostift. Ik vind het heel belangrijk dat ik goed zichtbaar ben.

Toch blijft vooral de beschutting tegen de kou de grootste uitdaging: ‘Ik heb echt alles geprobeerd om mijn handen warm te houden, maar niets hielp. Daarom heb ik mij nu verwarmde handschoenen aangeschaft. Ze kosten 180 euro, maar ik heb ze echt wel nodig. Ook daar kan je trouwens heel ver in gaan… Ik ben online zelfs handschoenen tegengekomen van € 300 à € 400.’

Om de uitrusting compleet te maken, draagt Kaat ook een helm. ‘Tijdens de zomer gebruik ik een gewone fietshelm, maar in de winter breid ik deze uit met een doorschijnende kap voor mijn ogen. De wind is dan te koud, zeker als het vriest.’

Kaat zit ’s ochtends om 6u30 al in het zadel. Voorlopig ziet ze het nog zitten, al wordt het vermoeiender nu de dagen korten.

Wat vind je van dit artikel?

Dat vinden we jammer om te horen