Cash for car: alles wat je moet weten


Waarschijnlijk heb je wel al eens gehoord over de ‘cash for car’-regeling of mobiliteitsvergoeding. De voorbije maanden is er namelijk erg veel te doen geweest rond de poging van de overheid om het aantal bedrijfswagens te verminderen. Rijd jij met een auto van je werkgever en overweeg je om deze in te ruilen voor een budget? Wij leggen je uit waar je je aan kan verwachten.

Cash for car in een notendop

Simpel uitgelegd biedt de cash for car-regeling werknemers de mogelijkheid om hun bedrijfswagen in te ruilen voor een mobiliteitsvergoeding, en dit met dezelfde fiscale en sociale voordelen. De hoogte van de vergoeding zal bepaald worden op basis van de catalogusprijs van de huidige bedrijfswagen en zal elk jaar geïndexeerd worden. Er komen uiteraard nog wel wat extra spelregels aan te pas die zowel voor werkgever als werknemer belangrijk zijn.

Jouw baas neemt het initiatief

De werkgever beslist of hij zijn werknemers de mogelijkheid geeft om hun bedrijfswagen in te ruilen voor cash. Bovendien kan hij daar ook bepaalde regels aan koppelen. De regeling kan bijv. gelden voor de hele onderneming, voor bepaalde afdelingen of voor bepaalde categorieën van werknemers. Het kan zijn dat het uitoefenen van de functie van sommige werknemers een wagen vereist waardoor zij deze niet kunnen inruilen voor een vergoeding. Uiteraard moeten die regels duidelijk kenbaar gemaakt worden aan het personeel wanneer de mobiliteitsvergoeding wordt ingevoerd.

Niet voor iedereen

Als een bedrijf ervoor kiest om de mobiliteitsvergoeding in te voeren, moet er aan een aantal voorwaarden worden voldaan. De belangrijkste regel is dat de werkgever voor een ononderbroken periode van 36 maanden bedrijfswagens ter beschikking moet stellen van één of meer werknemers alvorens hij de cash for car-regeling kan invoeren. Nog snel even met een wagenpark beginnen om de mobiliteitsvergoeding te kunnen aanbieden is dus niet mogelijk. Een uitzondering wordt gemaakt voor startende ondernemingen die nog geen 36 maanden actief zijn, maar wel al bedrijfswagens ter beschikking stellen. Voor hen geldt de regel dat een werknemer die gebruik wil maken van de mobiliteitsvergoeding al minstens 12 maanden over een bedrijfswagen moet beschikken.

Aan jou de keuze

Komt jouw werkgever in aanmerking om de mobiliteitsvergoeding aan te bieden en wordt de nieuwe regeling in jouw bedrijf ingevoerd? Dan kan jij ervoor kiezen om je bedrijfswagen in te leveren in ruil voor de mobiliteitspremie. Weet dat je, net als jouw werkgever, niet verplicht bent om in deze regeling in te stappen. Kies je er wel voor dan moet je aan een dubbele voorwaarde voldoen. Ten eerste moet je in de afgelopen 36 maanden ten minste 12 maanden over een bedrijfswagen beschikt hebben. Dit kan bij verschillende werkgevers zijn. Ten tweede moet je bij de aanvraag ten minste 3 maanden ononderbroken over een bedrijfswagen beschikken. We verduidelijken aan de hand van een voorbeeld.

Andreas heeft heel het jaar 2016 een bedrijfswagen gehad, maar veranderde begin 2017 van job waarbij een bedrijfswagen niet tot zijn pakket behoorde. De nieuwe werkgever beslist om vanaf 1 mei 2018 de mobiliteitspremie in te voeren. Andreas komt jammer genoeg niet in aanmerking. Hij voldoet wel aan de voorwaarde van 12 maanden, maar niet aan die van 3 maanden.

Doe je als werknemer formeel de aanvraag voor de premie en keurt jouw werkgever die goed? Dan wordt dit vastgelegd in een overeenkomst die inhoudelijk deel uitmaakt van de arbeidsovereenkomst tussen de beide partijen.

Een keertje extra op vakantie?

Je kan dan wel in aanmerking komen voor een mobiliteitspremie en je werkgever kan er mee akkoord gaan, maar hoeveel brengt het jou eigenlijk op? De premie wordt berekend op basis van de cataloguswaarde van jouw bedrijfswagen en de eigen werknemersbijdrage (indien van toepassing). De formule: cataloguswaarde x 6/7 x 20%. Beschik je ook over een tankkaart? Dan luidt de formule als volgt: cataloguswaarde x 6/7 x 24%. We leggen het uit aan de hand van een voorbeeld.

Lisa heeft momenteel een bedrijfswagen met een cataloguswaarde van 31.000 EUR, een CO2-uitstoot van 108 gr/km en beschikt over een tankkaart. Dit levert een bruto mobiliteitsvergoeding op van 531 EUR per maand ([31.000 x 6/7 x 24%] / 12). De werkgever zal per maand 570 EUR betalen en Lisa houdt netto 486 EUR over.

De nieuwe mobiliteitsvergoeding is dus geen extra loon, zowel jij als je baas betalen geen RSZ-bijdragen. Wel betaalt de werkgever een bijdrage gelijk aan de CO2-solidariteitsbijdrage van je ingeruilde bedrijfswagen. Als werknemer word je belast op een bedrag dat het resultaat is van de formule (cataloguswaarde x 6/7) x 4%.

Cash or car?

Het inleveren van je bedrijfswagen levert je netto misschien wel maandelijks een aanzienlijk extra bedrag op, maar is het voor jou ook echt een win-winsituatie? Van zodra je je wagen hebt ingeleverd sta je natuurlijk zelf in voor de kosten van je woon-werk- en je privéverplaatsingen. De werkgever is niet verplicht hierin tussen te komen. Veel zal dus afhangen van je persoonlijke situatie. Van plan zelf een auto te kopen? Dan is die cashvergoeding waarschijnlijk niet voldoende om alle kosten zoals inschrijving, verzekering en onderhoud te financieren. Hebben jullie in je gezin twee bedrijfswagens en wordt er eentje nauwelijks gebruikt? Dan is het mogelijk wel interessant cash for car te kiezen.